Voor Ouders 5 min lezen

Hoe worden de groepen ingedeeld op een zwemkamp?

Zo delen wij groepen in: op leeftijd, slag, snelheid en techniekdoel.

Coach aan de badrand in gesprek met een paar zwemmers aan de kant van het bad

"Komt mijn kind wel mee?" Dat is de vraag die ik het vaakst krijg van ouders die twijfelen over een zwemkamp. Soms in andere woorden. Een bezoeker van onze site schreef dat hij niet zeker wist of het kamp bij het niveau van zijn kind past. Een andere ouder stuurde meteen de tijden op de 200 schoolslag en 400 wisselslag mee, met de vraag of dat genoeg is. En een vader van een zwemster op regionaal niveau vroeg zich af of zijn dochter niet tussen veel snellere kinderen terechtkomt.

Ik snap die vraag heel goed. Je wilt niet dat je kind een week lang achter de rest aan zwemt. In dit artikel leg ik uit hoe wij de groepen indelen, en waarom de snelste zwemmer niet automatisch de maat is.

Waarom niet gewoon de snelsten bij elkaar?

Op veel kampen en clubs is snelheid de enige maatstaf. De snelste zwemmers in baan 1, de rest schuift op. Dat is makkelijk te organiseren, maar het zegt weinig over wat een zwemmer nodig heeft.

Neem twee zwemmers die even snel zijn op de 100 vrij. De een is een sprinter die zijn keerpunten weggeeft. De ander zwemt liever lange afstanden en verliest tijd in de onderwaterfase na de start. Ze zijn even snel, maar ze hebben iets heel anders nodig. Zet je ze alleen op tijd bij elkaar, dan train je allebei op een gemiddelde.

Daarom delen wij de groepen anders in.

Waar we naar kijken bij de indeling

We kijken naar wat een zwemmer op dat moment het meest nodig heeft. Daarbij nemen we vier dingen mee:

  • Leeftijd. Op het kamp zwemmen kinderen van 10 tot en met 18 jaar. Een 11-jarige en een 17-jarige hebben een ander lichaam en een andere belastbaarheid.
  • Slagvoorkeur. Een schoolslagzwemmer heeft andere techniekpunten dan iemand die vooral vlinder of rugslag zwemt.
  • Snelheid. Die telt mee, maar is niet het enige.
  • Gedeelde techniekdoelen. Zwemmers die aan hetzelfde werken, trainen samen. Denk aan een groep die zich richt op de keerpunten bij borstcrawl.
Coach op de kant geeft uitleg aan een groep zwemmers in hun baan

Zo kan het dus gebeuren dat een snelle 13-jarige en een iets minder snelle 15-jarige in dezelfde groep zitten, omdat ze allebei hun keerpunten willen verbeteren. Dat is geen toeval. Ze werken aan hetzelfde en helpen elkaar daardoor vooruit.

Wat als je kind niet bij de snelsten hoort?

Dan is dat geen probleem. Er is ook een groep voor zwemmers die wat minder snel zijn. Daar draait de training om hun eigen tempo en hun eigen techniekpunten, niet om bijhouden.

Voor die zwemmers maakt dat veel uit. Ze hoeven niet een week lang de achterste in de baan te zijn. Ze zwemmen met kinderen die aan hetzelfde werken, en dat geeft rust en zelfvertrouwen.

En de snelle zwemmers? Die trainen met zwemmers die hen uitdagen. Zo heeft iedereen er iets aan.

Persoonlijke aandacht binnen de groep

Een groep is geen kudde. Binnen de groep krijgt elke zwemmer individuele coaching. De coach kijkt naar jouw kind, naar die ene arm die te vroeg insteekt of die afzet die nog krachtiger kan.

Coach in het water legt een oefening uit aan een groep zwemmers langs de kant

Elk kamp wordt geleid door een Olympische of nationale kampioen. Op een volle kampdag zijn er twee zwemtrainingen van twee uur en twee landtrainingen. Dat is genoeg tijd om echt aan techniek te werken, en niet alleen meters te maken.

Videoanalyse: zien wat je zelf niet voelt

Veel zwemmers voelen niet wat ze fout doen. Daarom filmen we het hele kamp door. Starts worden direct gefilmd en meteen besproken, dus je kind ziet aan de kant wat er beter kan en probeert het bij de volgende start opnieuw.

Onderwaterbeelden bespreken we later, in de groep of individueel. In de groep gaat het om wat de zwemmers samen tegenkomen. Individueel gaat het om de punten die alleen voor jouw kind gelden.

Wat je kind mee naar huis neemt

Iedere zwemmer neemt een analyse mee naar huis. Zo houdt het werk van het kamp niet op na de laatste training. Je kunt de analyse ook delen met de eigen clubcoach.

Dat werkt. Na het Meikamp 2026 zwommen onze zwemmers gemiddeld 1,3 seconde sneller op de 100 meter vrij.

Twijfel je nog tussen kampen? In mijn artikel Hoe kies je een zwemkamp? 12 vragen voor elke kamporganisator staan de vragen die je aan elke organisator kunt stellen, ook over de groepsindeling. Er hoort een gratis checklist bij om te bewaren of te printen.

Veelgestelde vragen

Moet mijn kind een bepaalde tijd zwemmen om mee te mogen?

Het kamp is voor wedstrijdzwemmers van 10 tot en met 18 jaar. Er is ook een groep voor zwemmers die wat minder snel zijn, dus je kind hoeft niet bij de snelsten te horen om mee te doen.

Komt mijn kind bij vriendjes of clubgenoten in de groep?

De indeling gaat op wat een zwemmer nodig heeft: leeftijd, slagvoorkeur, snelheid en techniekdoelen. Daardoor zitten clubgenoten niet altijd in dezelfde groep.

Hoe groot zijn de groepen?

Dat hangt af van wie er meegaat en wat die zwemmers nodig hebben. We delen in op behoefte, niet op een vast aantal. Binnen elke groep krijgt je kind individuele coaching.

Krijg ik na het kamp iets te zien van de videoanalyse?

Ja. Iedere zwemmer neemt een analyse mee naar huis. Die kun je ook delen met de clubcoach.

Meikamp 2027 in Piombino

Het volgende kamp is het Meikamp 2027 in Piombino, Italië, van zondag 25 april tot en met zaterdag 1 mei 2027. Je kind traint in een verwarmd 50 meterbad, in een groep die past bij wat het nu nodig heeft.

Bekijk het Meikamp 2027

Mike de Bruijn
Organisator ZwemExpert

groepsindeling zwemkampzwemkamp niveauis mijn kind snel genoeg voor een zwemkamp
Bekijk kampen